Witches at the Stake, late 16th century, Wickiana Collection, Zentralbibliothek Zürich.
Witches at the Stake, late 16th century, Wickiana Collection, Zentralbibliothek Zürich.

Eer­her­stel voor Gent­se slacht­of­fers van hek­sen­ver­vol­ging

Tussen 1364 en 1713 worden in het Gentse maar liefst 44 vrouwen en 15 mannen en 1 jongen beschuldigd van hekserij. Het merendeel van deze zaken situeert zich in het begin van de zeventiende eeuw en niet, zoals dikwijls wordt gedacht, in de middeleeuwen. Roddels en wilde geruchten zijn vaak voldoende grond voor arrestatie en folteringen. Meerdere slachtoffers komen zelfs gruwelijk aan hun einde op de brandstapel. Het is hoog tijd om hen eerherstel te verlenen.

Waarom eerherstel?

Slachtoffers van heksenvervolging in Gent krijgen nu, na vierhonderd jaar, eindelijk het eerherstel en de aandacht die ze verdienen. Hun vervolging en de waan die aan de basis ervan lag, vormen een zwarte bladzijde in de Gentse geschiedenis.

Hoewel de angst voor duivelse magie mijlenver lijkt te staan van onze hedendaagse leefwereld, is het nog steeds heel relevant dat er aandacht wordt besteed aan heksenvervolgingen. Net als elders in Europa, piekt het geloof in hekserij in Gent in de zestiende en zeventiende eeuw: een tumultueuze periode van oorlog, klimaatverandering, religieuze conflicten en hongersnoden. In tijden van crisis en onzekerheid zijn mensen vatbaarder voor irrationele verklaringen. Maatschappijen die door zwaar weer gaan zoeken zondebokken. Ze vinden die in deze periode bij vermeende heksen. 

Ook vandaag worden we geconfronteerd met oorlogen, klimaatverandering, economische crises en andere uitdagingen en ook vandaag tieren geruchten, vooroordelen en desinformatie welig. Het zondebokmechanisme is ook nu springlevend. De spiegel die de heksenvervolgingen ons voorhouden, heeft dus een grote actuele waarde. 

Het begin van de heksenvervolging? 

Het geloof in magie en bovennatuurlijke verschijnselen kent een lange geschiedenis. Al in de Klassieke Oudheid zijn er mythes over waarzeggers en vrouwen met magische krachten. De verspreiding van het christendom verhindert niet dat volkse vormen van bijgeloof en het gebruik van spreuken en magische kruidenmiddeltjes diep verankerd blijven in het alledaagse leven. De weinige heksenexecuties die in de middeleeuwen plaatsvinden, lijken eerder het gevolg van spontane volkswoede te zijn dan van formele juridische procedures. 

Pas aan het einde van de vijftiende eeuw verandert deze situatie. Een groeiend aantal demonologen schrijft opruiende traktaten waarin heksen uitsluitend als vrouwen worden beschreven. De opkomst van de drukpers zorgt ervoor dat deze traktaten zich kunnen verspreiden. Het "Malleus Maleficarum", of de "Heksenhamer" uit 1486, is een van de meest vrouwonvriendelijke boeken ooit en wordt een absolute bestseller. Dit boek beschrijft hoe heksen herkend en vervolgd moeten worden.

De titel "Malleus" verwijst naar eerdere werken die gericht waren tegen ketterij, zoals de vierde-eeuwse "Malleus Haereticorum," oftewel de "Ketterhamer," en de vijftiende-eeuwse "Malleus Judaeorum," oftewel de "Jodenhamer." De focus op vrouwen is echter nieuw.

De dieperliggende oorzaken van heksenvervolging?

In de late zestiende en zeventiende eeuw wordt onze regio geconfronteerd met een kouder en ongunstiger klimaat. Die periode zijn we achteraf de Kleine IJstijd gaan noemen. De barre winters brengen armoede, mislukte oogsten en hongersnood met zich mee. Heksen worden aangewezen als de oorzaak van alles wat misgaat.

Tegelijkertijd heersen er religieuze onrusten. Uit diepe onvrede met de katholieke kerk ontstaan er steeds meer religieuze afscheidingsbewegingen. Deze kenmerken zich door scherpe definities van de eigen geloofsleer en weinig tolerantie voor andersdenkenden. Ook de katholieke kerk wordt dogmatischer. Daarnaast bestaat er veel angst en onzekerheid onder de bevolking over hoe men de hemel het best kan bereiken.

Wie zijn die heksen? 

In het vroegmoderne Europa zijn 80% van de veroordeelde heksen vrouwen. Dat geldt ook voor het graafschap Vlaanderen. De Gentse gegevens tonen een verhouding van 75% vrouwen tegenover 25% mannen. De vrouwen voldoen vaak niet aan het dominante patriarchale maatschappijbeeld van de ideale vrouw: jong, vruchtbaar en gehuwd. Beschuldigingen van hekserij treffen dan ook voornamelijk oudere vrouwen of vrouwen in armoede, maar even goed weduwen of vrouwen met een te grote mond. 

Toch voldoet niet elke heks aan het cliché van de gemarginaliseerde bedelvrouw aan de rand van het dorp. Een cliché dat zich overigens tot op de dag van vandaag doorzet, denk maar aan de figuur van de heks in talrijke (teken)films. Onder de Vlaamse heksen bevinden zich ook gehuwde en welgestelde vrouwen. En ook mannen. Zij voldoen meestal niet aan het overheersende ideaal van mannelijkheid, laten zich in met praktijken als waarzeggerij of zien hekserij als secundaire beschuldiging toegevoegd worden aan andere aanklachten.

Beschuldiging en vervolging van heksen is vaak het gevolg van een complexe samenloop van specifieke factoren en omstandigheden. Leeftijd, sociale klasse, familiebanden, individuele persoonlijkheid en culturele en geografische verschillen spelen een rol. Toch staat het buiten kijf dat hoofdzakelijk vrouwen van hekserij worden beschuldigd en ervoor worden vervolgd. Geslacht is dus geen exclusieve maar vaak wel een doorslaggevende factor.

Heksenvervolging in De Lage Landen

In de Nederlanden kijken de autoriteiten aanvankelijk met enige terughoudendheid naar volksgeloof en bijgeloof. De opgelegde straffen zijn relatief mild en variëren van boetes tot verplichte bedevaarten. Vanaf ongeveer 1450 komen geïsoleerde gevallen van hekserij geleidelijk aan vaker voor. Pas op het einde van de zestiende eeuw komt de grootschalige heksenvervolging volop op gang.

Er bestaan echter grote geografische verschillen. In de Noordelijke Nederlanden, wat nu Nederland is, blijven grootschalige heksenvervolgingen tamelijk zeldzaam. Tussen 1450 en 1608 worden er ongeveer 160 mensen geëxecuteerd. In de Zuidelijke Nederlanden, grosso modo het huidige België, lijkt het geloof in hekserij dieper geworteld. Naar schatting 1150 executies wegens hekserij vinden er plaats. Alleen al in het graafschap Vlaanderen gaat het om zo'n 200 doodvonnissen. Het valt ook op dat sommige jaren grimmiger zijn dan andere. 

In zijn strijd tegen 'ketterij' vaardigt koning Filips II in 1592 in de Zuidelijke Nederlanden de zogenaamde heksenwet uit. Die definieert heksen als de ergste en gevaarlijkste vorm van ketterij. Bisschoppen en priesters worden aangemoedigd om waakzaam te blijven en het kwaad uit te roeien. Vanaf 1595 belanden heksen steeds vaker op de brandstapel.

De drijvende kracht achter deze wet is de Vlaamse jezuïet en deskundige op het gebied van demonologie, de van oorsprong Spaanse Martin del Rio. In 1599 publiceert hij 'Disquisitiones Magicae' of 'Onderzoekingen over Magie.' Dit boek groeit uit tot een bestseller en wordt het ultieme handboek voor de bestrijding van hekserij in de Nederlanden.

Na de dood van Filips II keert tijdens het bewind van de aartshertogen Albrecht en Isabella (1598-1621) de rust en welvaart terug in onze gewesten. Opmerkelijk genoeg beleeft de Gentse heksenvervolging juist in de jaren 1601-1604 een hoogtepunt, terwijl elders in onze regio de piek pas rond 1630-1645 plaatsvindt. Tijden van relatieve rust scheppen blijkbaar de ruimte voor afrekeningen.

Het lijkt erop dat heksenvervolgingen eerder een fenomeen zijn in landelijke gebieden, met name in dunbevolkte streken en gebieden met minder ontwikkelde juridische structuren. Toch blijven ook de steden niet gespaard. Pas in de late zeventiende eeuw doven de brandstapels geleidelijk.

Heksenvervolging in Europa

Het blijft een bijzonder moeilijke uitdaging om alle Europese heksenprocessen in kaart te brengen. Historici schatten dat tussen de 45.000 en 60.000 mensen het leven laten in de heksenwaan. Niet overal in Europa woedt die waan echter even sterk. 

Een mogelijke oorzaak voor de grote geografische verschillen, is de mate van religieuze twist en onzekerheid. Landen en regio’s met een weinig gecontesteerde dominante religie kennen opmerkelijk minder heksenwaan.

Lokale brandhaarden treffen we aan in Zuid-Duitsland, Polen, Scandinavië, Schotland, Zwitserland, Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden. Ierland, Italië en het Iberisch Schiereiland lijken veel minder hard getroffen.

Het verloop van een heksenproces

Heksenprocessen beginnen met geruchten en roddels. Asociale gedragingen, overspel, suïcidale neigingen, ongepaste praat, betrokkenheid bij ziekte of dood van mensen of dieren, of simpelweg contacten met een vermeende heks, kunnen leiden tot verdenkingen. Eens iemand de ‘fama’ heeft een heks te zijn, is de kans groot dat hij of zij er ook effectief van wordt beschuldigd. De benadeelde of de overheid kan vervolgens strafrechtelijke stappen ondernemen. Toverij, nachtelijke bijeenkomsten (heksensabbat) en 'vleselijke conversatie' of seksuele betrekkingen met de duivel, zijn de meest voorkomende aanklachten. Heksen worden ervan verdacht een pact met de duivel te sluiten om de samenleving ten gronde te richten.

Net als andere ernstige misdrijven worden heksenmisdrijven inquisitoriaal behandeld. Strafrechters beoordelen dus of iemand een heks is en dragen zelf de bewijslast. Dat verklaart ook de vaak harde aanpak tijdens ondervragingen. Bewijs wordt doorgaans verkregen door de getuigenissen van twee betrouwbare getuigen of de bekentenis van de verdachte. Het eerste is vaak moeilijk omdat getuigen die eerder geruchten verspreidden uit angst om zelf beschuldigd te worden, vaak terughoudend zijn om hun beweringen in de rechtszaal te herhalen. In veel gevallen is de bekentenis van de verdachte de enige manier om schuld te bewijzen. Om die te verkrijgen verwijzen rechters door naar de pijnbank. Ondervraging onder marteling of tortuur is dan ook vaak de volgende stap.

Boudewijn Waelspeck, afkomstig uit Ieper, is een beruchte heksenbeul in Gent. Hij werkt zich op en mag voor de Raad van Vlaanderen in Gent werken. Zijn reputatie als iemand die snel bekentenissen verkrijgt met vreselijke foltermethodes zoals duimschroeven en een halsband met pinnen, is wijdverspreid. Zijn populariteit zorgt ervoor dat hij ook elders in Vlaanderen wordt ingezet om vermeende heksen tot bekentenissen te dwingen. Hij vraagt aanzienlijke bedragen voor zijn diensten en is, net als sommige rechters, niet immuun voor steekpenningen van de familie van het slachtoffer.

Tussen 1601 en 1604 bekennen minstens tien Gentse vrouwen dat ze 'vleselijke conversaties' hebben gehad met de duivel. Eén sterft tijdens foltering in het Gravensteen, en acht vrouwen en één man vinden de dood op de brandstapel. De executies vinden meestal plaats op het Sint-Veerleplein, maar soms ook op de Vrijdagmarkt. De vuurdood is de meest voorkomende doodstraf vanwege de vermeende zuiverende werking van het vuur.

Gentse casussen

Catherine Tancré 

In 1603 wordt Catherine ondervraagd na een klacht uit haar omgeving. Terwijl ze bedelt in de Oudburg laat een voorbij wandelend kind een stukje brood vallen. Catherine raapt het op, maar het kind weigert het brood terug aan te nemen. Geïrriteerd mompelt de oude vrouw: 'De duivel mag je halen.' Die uitspraak wordt haar fataal want kort daarna wordt het kind ziek. De Gentse bedelares krijgt de schuld en belandt in 1603 op de brandstapel.

Chrystine Kints (De Gentse Torenbrand) 

Op 2 september 1602 begint het om tien uur 's avonds vreselijk te onweren en bliksemen in Gent. De lichtflits rond de torenspits van de Sint-Janskerk lijkt op een fakkel. Na een enorme donderslag staat de toren in brand. Het gerucht verspreidt zich dat de duivel heksen heeft verzameld en naar Gent heeft gebracht. Zelfs de aartshertogen Albrecht en Isabella, die op dat moment in Gent verblijven, bevestigen het verhaal. Deze sensationele berichten over vliegende brandstichtende heksen verspreiden zich snel. De roddels bereiken Harelbeke, waar Chrystine Kints wordt verdacht van hekserij. Op 28 januari 1603 wordt ze onder marteling ondervraagd en bekent ze alle beschuldigingen, inclusief de brandstichting in Gent. Op Pinksterdag 1603 wordt Chrystine levend verbrand in Harelbeke. 

Het thema van vernielde kerktorens komt vaak voor in heksenbeschuldigingen. Al in 1565 tekent Pieter Bruegel de Oude een gravure met op de achtergrond een kerktoren die wordt vernield door draken en tovenaars. Zestien jaar vóór de gebeurtenissen in Gent, haalt het verhaal in Duitsland de ‘krantenkoppen’! In 1586 wordt in Augsburg een pamflet gedrukt met een verhaal over ‘kwade geesten’ die Gentse kerktorens vernietigen. Een vroeg voorbeeld van 'fake news'...

Tanneken van Meldere 

Terwijl ze bedelt in de Oudburg ontmoet Tanneken de duivel in de gedaante van een zwarte hond. Hij beveelt haar een kind ziek te maken. Bij haar ondervraging geeft Tanneken toe dat ze vier keer 'vleselijke conversatie' met de duivel heeft gehad. Ze sterft op 3 juli 1608 in de gevangenis van het Gravensteen.

Cornelia Van Beverwyck 

In 1598 wordt Cornelia, ook bekend als 'barrevoetse Nele', veroordeeld voor 'gemeenschap met Satan in klaarlichte dag in Ekkergem'. Na deze gebeurtenis maakt de oude vrouw in de Muide en de Kalandenberg minstens vijf mensen ziek met kruidenmengsels. Twee van hen overleven het niet. Op 14 juli 1598 veroordeelt men Cornelia als 'toveresse'. Ze wordt terechtgesteld op de brandstapel. Al haar bezittingen worden in beslag genomen.

Annekin van Laerne

Annekin is een blinde man die de kost verdient als waarzegger. In 1527 beschuldigt men hem van een pact met de duivel. Na foltering bekent Annekin. De man wordt vrijgelaten, maar mag de stad niet verlaten. Hij wordt met een gloeiende pook gebrandmerkt op de wang en moet vergiffenis vragen aan het stadsbestuur. Elke donderdag woont hij de mis bij in de Sint-Janskerk en laat er een kaars branden. 

Het mag uiteindelijk allemaal weinig baten. Zeven jaar later wordt Annekin opnieuw opgepakt, kaal geschoren en op 29 mei 1534 onthoofd op het Veerleplein. 

 

Meer weten?

Lijst met uitgebreide informatie over de Gentste slachtoffers: 

Download

Educatief lespakket

Heksenstreek

Een podcast met Jonas Roelens voor Universiteit van Vlaanderen over allerlei clichés die rond hekserij nog steeds de ronde doen.

Podcast

Een gepaste locatie voor een herdenkingsplaat 

De herdenkingsplaat voor de slachtoffers van heksenvervolging is bevestigd aan een muur vlakbij de Donkere Poort, een voormalig poortgebouw van het zogeheten Prinsenhof, waar keizer Karel werd geboren. Onder de poort hangen nu al de namen van de Gentenaars die ten tijde van keizer Karel werden onthoofd of op de brandstapel terechtkwamen. 

De herdenkingsplaat voor de slachtoffers van heksenvervolging hangt aan de naburige muur van CAW Oost-Vlaanderen, dat al vele jaren daklozenopvang in Gent verzorgt. 

CAW Oost-Vlaanderen biedt tijdelijk onderdak aan dak- en thuislozen en legt daarbij de nadruk op zelfbeschikking en het behouden van verbindingen met het leven buiten de opvang, ondersteund door professionele begeleiding.

Mensen worden dakloos om diverse redenen zoals relatieproblemen, financiële moeilijkheden en generatiearmoede. De samenleving legt verwachtingen op die niet voor iedereen haalbaar zijn. Wie niet aan deze verwachtingen voldoet, kan achterop raken met ernstige gevolgen. 

Vaak worden daklozen als zondebokken gezien. Ze krijgen de schuld van hun eigen problemen, terwijl het net de verantwoordelijkheid is van de samenleving om het welzijn van iedereen te waarborgen. Het is noodzakelijk dat we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen om het ontstaan en de marginalisering van zondebokken te voorkomen.

Gedenkplaat heksen

In de pers